Arnoud Holleman

Amsterdam — dinsdag 05 juli, 2022
nl / en

Call me

immaterieel kunstwerk, Zwolle


Monoloog voor Rodin's Adam in Zwolle.
Audio tape, 4 koperplaatjes, telefoonnummer en postercampagne, 2006.

De Adam van Auguste Rodin ontstond in 1881. In 1964 werd een nieuw gietsel geplaatst op het Groote Kerkplein in Zwolle. In 2006 werden er 4 koperen plaatjes op de sokkel geschroefd met de inscriptie 'CALL ME 0900.4004242'. Het telefoonnummer is verbonden met een audio track van 7 minuten waarin Adam een subjectieve versie van zijn levensverhaal geeft. De monologue is uitgevoerd door Jeroen Willems. Een dubbelzijdige A0 poster, ontworpen door Jop van Bennekom werd als uitnodiging verstuurd en als postercampagne verspreid in Zwolle.


A0 poster, verso
A0 poster, verso
A0 poster, recto
A0 poster, recto

Click audio track first, then chose image.

OPERATOR:
Dit is het telefoonnummer van Adam op het grote kerkplein in Zwolle. This is the telephone number of Adam on the Grote Kerkplein in Zwolle. Voor Nederlands - toets 1, For English - press 2

ADAM:
Wat sta je daar nou te kijken? Heb ik iets van je aan of zo?

Waar was je nou? Hoe lang denk je dat ik hier al sta te wachten?

En al die tijd zie ik niets anders dan m'n voeten, wat stoeptegels en m'n geslacht. Hij is anders van kleur dan de rest. Jullie kunnen er niet afblijven. Ze zeggen dat er ingezonden brieven over bestaan. Naakt kan de waarheid toch niet voor het publiek verschijnen? Werkelijk? Veertig jaar sta ik hier al. Veertig jaar lang gewriemel in m'n kruis en getrek aan m'n vinger, maar als het officieel moet, gaan jullie plechtig doen, zeggen jullie dat 'Adam zich al schaamt voor de naderende zondeval, omdat alles aan zijn lichaam zo naar binnen gedraaid, getordeerd, gespannen en onvrij is'. Geilheid of plechtigheid, daartussen zit niks.

Kijk nu eens echt naar me. Ik sta alleen voor het stadhuis omdat ik toevallig door een wereldberoemde beeldhouwer 'gemaakt' ben; Rodin, het genie van de heftige emotie in het grote gebaar. Maar zoals ik hier sta is Rodin de enige die me nóóit met één vinger heeft aangeraakt. Was al een halve eeuw dood toen ik gegoten werd.

Maar maakt niet uit. Oe la la, Rodin, die moet een goed plekje dus: voilà, in het midden van het centrum. Ter gelegenheid van het afscheid van de commisaris van de koningin, Ridder de van der Schueren. Elke inwoner van Overijssel heeft bijgedragen aan een passend huldeblijk. 900.000 dubbeltjes. Ik ben gedragen door het volk. Werkelijk? Bedrijfsleven heeft flink bij moeten leggen.

Het motto van Ridder de van der Schueren was: "De mens blijft leven in de resultaten van zijn arbeid". O ja? Niemand leest zijn naam van nog op de plaquette.

En dan Dirk Hannema. Vrindje van Ridder de van der Schueren. Old boys network. Dirk Hannema heeft me hier naartoe gehaald, maar in àlle resultaten van z’n arbeid is ie afgerekend op maar twee dingen: dat ie fout was in de oorlog en dat ie fout zat met de aanschaf van de Emmausgangers van Vermeer die van van Meegeren bleek te zijn. De op hol geslagen intuïtie van een gevallen museumdirecteur. Hij had contacten met Musée Rodin. Verder is er geen enkele reden dat ik hier sta. In plaats van mij had hier ook Balzac of de Denker kunnen staan. Het hele ouevre van Rodin stond in de etalage, toen, maar hij koos mij. Had altijd mooie jongens om zich heen. Hij dee er alleen niks mee. Non toccare. Hij was een estheet. Getrouwd met z’n hond, Jeroen Briard de la Richesse.

Hoe zou hij onderhandeld hebben met Musée Rodin? Ze hadden daar vast nog nooit van Zwolle gehoord. En wist Parijs veel hoe je in de oorlog in Nederland fout kon zijn. Anno nu doet het Musée Rodin zelf ook schimmig over haar verleden; een archief heeft altijd lijken in de kast. We werden bij honderden tegelijk afgegoten. Niet dat Rodin zich in 1881 druk maakte over de oplage. Wie geld had kon kopen, zoveel die wou. Als de staat toen bepaald had dat ik op elk dorpsplein in Frankrijk met m’n lul naar de kerk moest wijzen had ie het gedaan. Maar nu? Oe la la. Rechtzaak hier, rechtzaak daar. Om te zien of je wel ‘authentiek’ bent. Vanwege een wet die bepaalt dat oplages tot 12 de status van authentiek kunstwerk hebben. Hoezo? De hand van de meester blijft toch in elk afgietsel even herkenbaar?

800 uur arbeid van anonieme arbeiders in de bronsgieterij, zich in het stof werkend voor een fractie van de 90.000 gulden die Musée Rodin over mijn rug verdiend heeft. Leven zij voort in de resultaten van hun arbeid? Dacht het niet. Zíj hebben gedaan waar Rodin voor heeft getekend. Ik ben een echte Rodin. Gemaakt door de man die boetseerde om God zelf te evenaren. Geen twijfel toegestaan. Copyright Musée Rodin 1964. Mijn papieren kloppen, ik ben okay. Echt. Z’n handtekening is niet voor niets zo groot.

Terwijl ie het meeste van mij ook nog eens van Michelangelo gejat heeft. M’n uitgestoken vinger is uit de sixtijnse kapel, m’n stijve nek komt van een van de slaven en verder ben ik een mix van rechtop gezette liggende figuren op de tombes van de Medici’s in Florence. Wie heeft het dan nog over origineel? Of authentiek? Niks in brons vertaalde grote gevoelens. Z’n kopieerdrift, dat was nou echt modern.

Is die waarheid naakt genoeg?

Nou. Hier sta ik dan, een kopie van jatwerk. En ik sta hier nog wel even. Een dure duiventil, op een plek waar ik eigenlijk niks te zoeken heb.
En kan iemand me toevallig ook vertellen waarom ik met de rug naar het plein sta? Ik hoor niet eens op een plein. In de tuin van Musée Rodin sta ik half in de bosjes. In Kyoto ben ik wit uitgeslagen van de uitlaatgassen voordat ik naar binnen ben gehaald. In Munchen ben ik in 1931 verloren gegaan bij de brand in het Glaspalast. In Perth heb ik een wolk salpeterzuur over me heen gekregen. In New York sta ik in een museum waar dagelijks 4.000 bezoekers voorbij komen, alleen kijken ze daar niet naar mij maar naar het beeld naast me omdat dat beeld imposanter en beroemder en verhalender is dan ik: de Hellepoort. Als ze al naar mij kijken blijft de blik hangen op de handtekening of op eh jeweetwel... de buitenkraan en feestfontijn van mannelijke sexualiteit.

Al zou ik een pirouetje draaien, het gaat helemaal niet meer om mij. Ze halen je binnen met veel egards, zetten je neer op een prestigieuze plek en verder zoek je het maar uit.

Hoelang heb jij nu naar me gekeken? Zes minuten? Zeven minuten? Acht? Negen? Vind je dat genoeg? Is dat het resultaat van je arbeid waar je later op wilt worden afgerekend? Wat heb je gezien? Een echte Rodin? Of 310 kilo brons, klaar om te worden omgesmolten? ... Of een wezen dat zou kunnen leven, dat zou willen leven?

De echte Adam kon tenminste nog tegen zijn schepper in opstand komen.

Ik ga zo ophangen, maar kijk voor de lol nog even naar m’n sokkel. Ooit stond ik hoger, veel hoger dan Musée Rodin heeft voorgeschreven. Nu sta ik weer lager dan Musée Rodin heeft voorgeschreven. De hoogte ervan is vooral bepaald door de democratiseringsmanie in de jaren zeventig. Adam moet meer onder de mensen komen. Dus hoppaké, alles op de schop. Had me dan meteen gelijkvloers neergezet. Nu is mijn sokkel vooral een bankje voor de mensen om op te zitten... met de rug naar me toe!

Nou, wilt U zitten, ik kan staan. Dat is hoe het gaat, al jaren. Ik keer me af van de mensheid, jullie keren je af van mij.

Hoor je me?... Ja jij... Hee jij!...

Ik heb zin om te roken.


OPERATOR:
Einde bericht. Adam is geschreven door Arnoud Holleman en uitgevoerd door Jeroen Willems in opdracht van de gemeente Zwolle en mede mogelijk gemaakt door Stichting Kunst en Openbare Ruimte.